Ree

Reeën kunnen zich goed aanpassen aan verschillende landschappen. Het zijn dieren die actief zijn in de schemering. Rust is echter iets waar zij niet buiten kunnen. Voorheen hoorde het aanwezig zijn van voldoende dekking in het veld hier ook nog bij, maar sinds hun aantal in de open velden flink is gestegen, blijkt deze behoefte niet essentieel te zijn voor een goede stand.
Zij verblijven dan overdag in het open veld zoals de hazen, in een leger. Normaal trekken reeën in een vast gebied met afwisselend open en dichte dekking rond. Door deze rondtrekkende beweging kan men in de bossen ook op vaste plaatsen hun wissels vinden. Dit zijn de paden die zij regelmatig gebruiken. Met de geurklieren aan poten en rond de neus worden deze wissels gemerkt, zodat zij voor hen in het duister ook goed waar te nemen zijn. Reeën kan men in het voorjaar gemakkelijk waarnemen in de vroege ochtend of de late avond. Zij trekken dan uit de dekking om te eten en staan dan vaak buiten, dicht bij de bosrand in de wei van jong gras, klaver en kruiden te smullen. De ree heeft een zandgele tot roodbruine zomervacht, 's winters is deze meer grijsbruin tot zwart van kleur. Volwassen dieren hebben geen vlekken. Duidelijk zichtbaar is de witte tot gelige rompvlek. Bij mannetjes is deze vlek 's zomers vrij onduidelijk. De neus is zwart, en de kin is wit. De staart is vrij klein (twee tot vier centimeter lang) en enkel zichtbaar tijdens het ontlasten. 's Winters steekt bij het vrouwtje een bosje witte haren tussen de achterpoten naar achteren, dat op een staart lijkt.

Het volwassen mannetje (reebok) heeft een eenvoudig gewei, bestaande uit maximaal drie punten. Het gewei is maximaal 25 centimeter lang. 's Winters groeit het gewei, en de basthuid wordt afgeschuurd tussen maart en juni. Tussen oktober en januari wordt het gewei afgeworpen. Een enkele keer komen ook vrouwtjes (reegeit) met een gewei voor. De ree heeft een kop-romplengte van 95 tot 140 centimeter, een lichaamsgewicht van 16 tot 35 kilogram en een schofthoogte tussen de zestig en de negentig centimeter. Mannetjes zijn over het algemeen groter dan vrouwtjes. Mannetjes hebben gemiddeld een schofthoogte van 64 tot 67 centimeter, vrouwtjes van 63 tot 67 centimeter.

Reevlees is verfijnd kortdradig vlees. Men zegt dat een fijnproever kan bepalen in welke tijd van het jaar het dier is geschoten. De voeding van reeën is afhankelijk van het jaargetijde en vindt zijn weerspiegeling in de smaak. Deze kenmerkende smaak van ree kan alleen bewaard blijven indien het zorgvuldig is geschoten en schoongemaakt. Het mag dan niet te lang rijpen en ook niet worden gemarineerd. Tot een leeftijd van 2 tot 3 jaar is het vlees nog bijzonder mals. De oudere dieren zijn steviger van structuur, maar bevatten minder purine, waardoor het aan malsheid inboet. Doordat reevlees zeer weinig vet bevat dient bij de bereiding van bouten hier aandacht aan te worden besteed. Larderen met gekruid vet spek, net onder het oppervlak, voorziet de buitenzijde van de bouten van voldoende vet voor de bereiding, waarbij de kruiden voor extra smaak kunnen zorgen.
Ribbenkasten, ruggenwervels en alle botten die vrij komen bij het ontbenen geven na het aanzetten in de oven hun smaak goed af, als we ze onder water zetten en op een laag vuur 48 uur laten trekken, samen met een uitgebreid groenteboeket en kruidenbuiltje van eigen makelij.

Hendriks Poelier verkooppunten

U kunt ons vinden op de vleesafdeling van Beej Benders en natuurlijk in onze eigen winkel.